Nieuws
  • Hoe duurzaam is groen ?
  • Isolatie ´Peak shaver´ van Gasunie net op tijd klaar
  • Inspectie- en testplan perfectioneert LNG/cryogene-isolatie
  • Gebrek aan kennis en controle: check de spec.
  • Quickscan helpt mee in het nakomen MJA energie-efficiency
  • Wie wil het imago van een energieverspiller?
  • Niet isoleren geen oplossing om corrosie tegen te gaan
  • Stijgende olieprijs veroorzaakt toename CO2-uitstoot
  • NCTI-quickscan: Energieverlies omzetten naar besparing
  • Te snel conclusies trekken is valkuil thermische camera
  • Oliemaatschappijen vragen NCTI om speciale isolatiecursus
  • Informatie folder NCTI


  • Hoe duurzaam is groen ?

  • Alles kleurt groen. Niet alleen vanwege de nieuwe lente, maar omdat groen in is. Wie niet groen handelt of duurzaam werkt, lijkt er niet meer bij te horen. We bankieren groen (wat dat ook mag zijn), een olieboer paait ons met `groene benzine´ en in december doken er zelfs groene sinterklazen op. Duurzaamheid lijkt het nieuwe toverwoord van politiek, bedrijfsleven, producten, transport enzovoorts om de wereld te verbeteren. Dus mag de isolatiebranche niet achterblijven. NCTI vraagt zich af in hoeverre `groen´ een modeverschijnsel of een blijver is. Hoe duurzaam is groen? En wat kun je er als isolatiebedrijf mee?

    Het is een veelgehoorde vraag in de wandelgangen van de isolatiebranche: duurzaamheid klinkt mooi, maar hoe kan ik duurzaamheid inzetten en er nog aan verdienen ook? Isolatiebedrijf en klant draaien nog wat aarzelend om elkaar heen, zonder concreet invulling aan het begrip duurzaam isoleren te geven. Het klinkt interessant en veelbelovend en iedereen gebruikt het woord. Maar duurzaam lijkt vooral over de toekomst te gaan en toch moet er nu aan worden verdiend. Een dilemma. 

    Duidelijke ontwikkelingen
    Het kennisinstituut NCTI ziet een aantal duidelijke ontwikkelingen rond en in de isolatiebranche die de huidige stemming beïnvloeden. Buiten de branche zijn er de overheid en de politiek die de klimaatverandering hoog op de agenda hebben geplaatst. In 2020 moeten we de CO2-uitstoot met 20 procent hebben verlaagd. Bovendien moet 20 procent van de energieopwekking komen uit duurzame bronnen, zoals zon en wind (de ‘20-20-20’ visie) De industrie en het MKB werken - al of niet van harte - aan energiebesparende maatregelen, bijvoorbeeld via MJA convenanten. Een groeiend aantal ondernemingen werkt aan verbetering van hun reputatie op het vlak van milieu. Bijvoorbeeld door in ecologische jaarverslagen te vertellen hoe duurzaam ze hun best doen groen te zijn.

    Binnen de branche zijn er ook steeds meer signalen dat duurzaamheid is ontdekt en verkoopt. Isolatiebedrijven vertellen dat ze duurzaam isoleren; leveranciers komen met steeds meer duurzame materialen op de markt. Wie in april de ISO-Messe in Wiesbaden bezocht, kwam er met groene ogen vandaan: overal probeerden producenten elkaar te overtreffen in de duurzaamheid van hun materialen.

    Balanceren
    Anno 2010 is duurzaamheid niet meer weg te denken uit maatschappij en economie. Wat NCTI daarbij opvalt, is dat de woorden `milieu´ en `milieuvriendelijk´ aan populariteit hebben verloren en zijn vervangen door `klimaat´, `groen´ en vooral ´duurzaamheid´. Ondernemers haken daar breed op in door de nieuwe woorden meteen te omarmen. Met name de industrie was toch al niet blij met de verplichte vervanging van het voor haar verboden woord `milieuvriendelijk´ door het veel negatiever overkomende `minder schadelijk voor het milieu´.

    Het idee dat alles groen en duurzaam moet zijn, lijkt voor menig bedrijf balanceren: aan de ene kant het besef dat duurzaamheid nodig is en aan de andere kant het gevoel van te worden meegesleept in een soort groene hype. Bij de één zie je dat groen gedrag echt beleid is, bij anderen lijkt het meer op `windowdressing´: meedoen omdat het lekker positief uitstraalt.

    Niet straks maar nu.
    Hoe speel je als isolatiebedrijf concreet in op deze ontwikkelingen? Nu kijken veel klanten naar de toekomst: we hebben nog 10 jaar, we hoeven pas in 2020 aan de verplichtingen te voldoen. Overheid en bedrijfsleven maken samen een vlucht naar voren. Iedereen kan voorlopig rustig blijven slapen. Daar komt nog bij dat de mening overheerst dat duurzaamheid ook duur is en men tegen allerlei denkbeeldige kosten aanhikt.

    Kennisinstituut NCTI wil de isolatiebranche een serie argumenten geven, die het tegendeel bewijzen. Argumenten waarmee isolatiebedrijven hun klanten kunnen overtuigen om niet straks over een paar jaar, maar nú al in duurzaamheid te investeren. NCTI heef een aantal interessante (levenscycluskosten) berekeningen gemaakt en heeft door de quick scans veel inzicht gekregen in mogelijke energiewinsten in installaties.

    Geen energie, geen kosten, geen uitstoot
    Argument één voor opdrachtgevers in isolatie is de ongeschreven wet in energiebesparing: het meest duurzaam is de energie die je niet gebruikt! Duurzamer kan niet. Geen kosten, geen uitstoot van CO2 en NOX, geen gezeur over handel in emissierechten. Elk kilowattuur dat een bedrijf niet hoeft te betalen, is winst. Het bespaart niet alleen in de kosten van het proces, maar het niet verstoken van energie levert gewoon geld op. A dollar saved is a dollar earned.

    Wat dat betreft valt er voor de industrie nog een wereld te winnen. De huidige situatie is nog verre van optimaal. Een kwalitatief goed geïsoleerde installatie is in staat om 80 procent van de energie binnen het proces te houden. In de praktijk blijkt dit percentage bij de gemiddelde installatie op 50 á 60 procent te liggen. Dat betekent twee dingen: 40 tot 50 procent van de energie wordt niet benut, - in goed Nederlands - wordt verspild. Ten tweede is er de geweldige belofte dat optimale isolatie deze verspilling met 20 procent kan terugbrengen.

    Kostprijs omlaag
    Het beheersen en waar mogelijk verlagen van de kostprijs is in deze tijd van de economische crisis voor veel producenten in de industrie en MKB een essentieel issue. NCTI heeft berekend dat door optimalisatie van installaties de kostprijs met procenten tegelijkertijd omlaag kan. Isolatie is immers één van de meest effectieve methoden om tot (kosten)optimalisatie van installaties te komen. Daarnaast spelen de configuratie van de installatie en het mogelijk intensiever maken van de processen een rol in de kostprijsberekening. Voor de berekening op langere termijn telt uiteraard ook het plannen van het onderhoud om een installatie optimaal in conditie te houden. Bij deze vier componenten voor optimalisatie - configureren, intensifiseren en onderhoudsplanning - kunnen isolatiebedrijven een doorslaggevende adviesrol vervullen.

    Problemen doorschuiven
    Een terugkerend probleem bij optimalisering is de discussie over de duur van de lange termijn.
    Steeds is er het dilemma van de stichtingskosten contra de beheerskosten. Opdrachtgevers willen efficiëntie: er moet zoveel mogelijk worden gebouwd voor zo laag mogelijke kosten. Met de mond wordt dan beleden dat de installatie tenminste 20 jaar mee moet. Maar voor isolatie is er tijdens de bouw een beperkt budget. De opdrachtgever tot de bouw schuift de problemen door naar de toekomst. Dat is makkelijk,  omdat  verantwoordelijken voor het ontwerp, investering en realisatie van de bouw niet de dezelfden zijn als degenen die de installatie later gebruiken en moeten onderhouden. En die problemen komen zeker na een aantal jaren, wanneer de ontwerper en bouwer allang met een volgend project bezig zijn en dan het knijpen op isolatiekosten opnieuw begint.

    Korte terugverdientijd
    Dit is voor isolatiebedrijven misschien wel één van de meest lastige onderhandelingspunten met klanten. Die laatsten moeten nu investeren in optimale isolatie om straks niet voor ongewenste kosten te komen. Echter, onderzoek van NCTI wijst uit dat optimalisering van isolatie meteen op korte termijn vaak al loont en dus niet hoeft worden uitgesteld.. MKB bedrijven kunnen zelfs tot 15 procent op hun energie besparen door het isolatie-optimaliseren van hun installaties en processen. Alles bij elkaar draagt dit bij tot 1 á 2 procent besparing op het totale energiegebruik in Nederland. En als de bedrijven hun investering aanhouden tegen de opbrengst dan blijkt dat gemiddeld 50 procent al binnen één jaar is terugverdiend.

    Bedrijven zullen zich steeds meer moeten gaan realiseren dat niet alleen het energiegebruik, maar ook de CO2 een kostenpost is die hun hele exploitatie beïnvloedt. Ze kunnen natuurlijk wachten tot de olie misschien nog een stuk duurder wordt (bijvoorbeeld $200 per vat) en de prijs van CO2 oploopt naar pak weg 60 of 100 euro per ton en dan pas deze twee kostencomponenten aan elkaar verbinden. Maar nogmaals, geld wat je nu niet uitgeeft aan energie en emissie, is ook nu het snelst verdiend. Bedrijven in industrie, MKB en ook ontwerpbureaus zouden veel eerder in hun planningen de isolatiedeskundigen erbij moeten halen. Daar zit de kennis over kostenbesparing door optimalisatie met isolatie. Dan kunnen die bedrijven echt duurzaam groen zijn.

     



  • Isolatie ´Peak shaver´ van Gasunie net op tijd klaar

  • Het had weinig gescheeld of de Randstad had begin januari met een te lage druk op het aardgas gezeten. Op het laatste ogenblik kon de Gasunie haar zogenoemde ´peak shaver´ inzetten om de woningen en bedrijven het verst van Groningen van aardgas te voorzien. Net op tijd was de isolatie gereed van de grote onderhoudsbeurt die de peak shaver onlangs moest ondergaan.

    De peak shaver, bestaande uit 3 gastanks met een doorsnee van 50 meter en de installaties ertussen en omheen, moet de Randstad van gas voorzien wanneer de vraag groter wordt dan ´Groningen´ aankan. De ´piek´ moet dan worden ´geschoren´. Op de ochtend van 7 januari was het zover: de thermometers stonden op tien graden vorst, de kantoren, fabrieken en scholen gingen na de kerstvakantie weer open en overal werd de verwarming weer opgedraaid. Volgens de Gasunie was het voor het eerst in 7 jaar dat er extra gasdruk vanuit de Maasvlakte nodig was.

    De renovatie van 2 van de opslagtanks en de installatie had plaats in de afgelopen maanden. Meteen al bij de test bleek dat de installatie goed kon functioneren, zodat peak shaver op volle kracht zijn werk kon doen.



  • Inspectie- en testplan perfectioneert LNG/cryogene-isolatie

  • Kennisinstituut NCTI maakte voor het hoofdstuk over LNG/cryogene-isolatie in het CINI-Handboek een handzame checklist om elke stap in het isolatieproces te controleren: het zogenoemde ´Inspection and Test Plan (ITP). Zoals is te lezen in het artikel over dit nieuwste hoofdstuk (zie het CINI artikel in dit Isolatie Magazine) is isolatie in het cryogene temperatuurgebied tussen de min 100 en 200 graden uiterst precies en specialistisch werk. Dat maakt controle gedurende het hele isolatieproces noodzakelijk om kwaliteit te garanderen. En om herstelwerk te voorkomen en daarmee de integriteit van de installatie te waarborgen. Het ITP gaat ervan uit dat de controles naadloos aansluiten bij de planning van het project. Vanaf het allereerste begin moeten de inspecties in het isolatieproces worden meegenomen. In feite begint het al met het kwaliteitsplan van de aannemer oftewel het isolatiebedrijf. In dit plan staat een methodiek opgenomen, hoe de opvolgende fasen in het isolatieproces op kwaliteit moeten worden gecontroleerd. Voor elke opvolgende fase een inspectie, alvorens tot de volgende stap kan worden overgegaan. Bijvoorbeeld: is het materiaal volgens producteisen, is de eerste laag volgens specificatie aangebracht en op de juiste plek. Afvinken De ITP-paragraaf in het Handboek lijkt te dubbelen met het recent verschenen hoofdstuk over ´kwaliteit´. Maar in tegenstelling tot de inspectie checklist in dat hoofdstuk, blijkt voor cryogeen-isolatie een veel gedetailleerder en vooral gefaseerder controle vereist. Eigenlijk is hier sprake van een permanente controle op de plant. Vanaf de inspectie of de ondergrond goed is en het isolatiemateriaal voldoet aan de specificaties, tot en met de controle of de dampremmende laag wel écht helemaal dicht is. Pas bij akkoord geeft de inspecteur een ´vinkje´ en kan de volgende isolatielaag worden aangebracht. Als die daarna is gemonteerd, is inspectie niet meer mogelijk. Inspectie van de isolatie - bijvoorbeeld van de proefisolatie die later na goedkeuring door de definitieve wordt vervangen - gebeurt onder meer door thermografische inspectie met warmtecamera´s. Ook gebruik van infrarood moet vakkundig, want de interpretatie van de metingen moet een juiste diagnose opleveren. Niet elk rood vlekje blijkt een lek te zijn en wil al helemaal niet zeggen dat tot directe demontage van de isolatie moet worden overgegaan. Misverstand Aan het eind moet op alle check forms van elke fase een paraaf staan, pas dan krijgt de uitvoerder een eindhandtekening. Daarna volgt de pretest van de installatie. Het isolatiebedrijf is dan nog op de site: waar ijs komt zit iets fout. Hij kan dan meteen aan de gang om ´gaten te dichten´. Afhankelijk van de garantieafspraken kunnen opstartreparaties nog wel een jaar door lopen. Eventuele fouten komen pas aan het licht als zich aan de buitenzijde ijs vormt. Het is een wijdverbreid misverstand dat ijsvorming op de installatie niet erg is, omdat het een isolerende werking zou hebben. Niets is minder waar: volgens kennisinstituut NCTI is een ijslek dermate verspillend, dat er op de bewuste plek zelfs sprake is van een factor 200 meer energiegebruik. Haat-liefde De meeste isolatiebedrijven hebben een haat-liefde-verhouding met dit soort inspectieprotocollen. Aan de ene kant lijkt het tegenover de opdrachtgever een brevet van onvermogen als je vindt dat jouw isolatiewerk gecontroleerd moet worden. Bovendien kost inspectie extra tijd, terwijl het werk er meestal al onder druk staat om het op tijd klaar te krijgen. Aan de andere kant zit geen enkele isoleerder te wachten op veel herstelwerkzaamheden. Elke after sales-reparatie die hij kan voorkomen, verhoogt immers zijn winstmarge op het project werk. Goedkoop is nog altijd duurkoop. Maar - misschien nog belangrijker - het is slecht voor het vertrouwen en de reputatie van het isolatiebedrijf, zeker als de installatie zou moeten worden stilgelegd voor niet geplande herstelwerkzaamheden. Een groeiend aantal isolatiebedrijven ziet daarom het belang om een zo goed mogelijk geïnspecteerd en gecontroleerd werk af te leveren. Het is lastig maar voordelig. Samen met de opdrachtgever wordt een derde partij ingehuurd om de inspecties volgens het ITP uit te voeren. Overigens, dat de inspectie door een derde, onafhankelijke partij wordt gedaan, verhoogt wel de geloofwaardigheid van het isolatiebedrijf. De 14 stappen in het ´Inspection and Test Plan (ITP). 1. alle te gebruiken materiaal 2. inspectie plek en ondergrond 3. vrijgave van alle materialen dat voldoet aan eisen en specificaties 4. inspectie materiaal dat gebruikt moet worden om supports omheen te mogen zetten 5. toepassing eerste laag isolatie 6. tweede laag isolatie 7. verbindingen: vapour barriers / dampremmende lagen 8. derde definitieve laag 9. flexibele verbindingen aanbrengen 10. overgangen, die daarmee verband houden, worden aangebracht 11. buitenste dampremmende laag 12. voorlopige beschermingen nodig, gaat er later weer af. 13. gladding. afwerklaag komt eroverheen en wordt dan geïnspecteerd 14. final acceptance: definitieve inspectie

  • Gebrek aan kennis en controle: check de spec.

  • Het stapelen van blunder op blunder kan in films zoals die met Mister Bean heerlijk op de lachspieren werken. Maar valt er ook te lachen over een isolatiewerk waar opeenvolgende fouten de problemen voor klant en uitvoerder steeds groter maken en uiteindelijk de situatie volledig uit de hand loopt?  NCTI ziet in de praktijk projecten misgaan. Soms vanaf afstand, maar ook van dichtbij als het kennisinstituut er bij wordt gehaald om mee te helpen de schade te beperken.

    Nee, namen van de opdrachtgevers en opdrachtgevers in kwestie gaat NCTI niet noemen. (Hoeft trouwens ook niet, want de spelers in de isolatiebranche weten vaak wel van elkaar waar iets behoorlijk is misgegaan.) Toch wil NCTI in dit artikel de vinger leggen op het probleem waar de branche en het kennisinstituut tegenaan loopt: te kort aan isolatiekennis bij inkopers die een aanbesteding regelen en gebrek aan controle bij de inkoop en uitvoering.

    Prijs of kwaliteit
    Nu is de ene opdrachtgever de andere niet. De vraag is of je medelijden moet hebben met opdrachtgevers die door de computer de aanbiedingen laten beoordelen en de inkoopsoftware de uitvoerder laat kiezen. Of die met de ogen dicht gaan voor de laagste prijs zonder te kijken naar de kwaliteit. Deze opdrachtgevers roepen zelf de problemen over zich af en moeten dan maar op hun eigen blaren zitten.

    Maar ook als er geen onwil is van de opdrachtgever en de kwaliteit wel meetelt in de aanbesteding, blijken er gaten te vallen. Bijvoorbeeld bij opdrachtgevers die wel beseffen dat zij isolatiekennis ontberen en daarom keurig een specificatie laten maken door een adviesbureau of NCTI. De specificatie voegen ze als bijlage bij de aanbestedingsstukken en gaan er van uit dat de aanbieder deze spec in zijn offerte volgt. En straks uiteraard ook bij de uitvoering. Volgens het boekje, zou je zeggen. Echter: heeft er iemand bij de opdrachtgever gecheckt of de aanbieding conform de isolatie-specificatie is opgesteld? Is er iemand die controleert of de isolatie wel volgens de spec wordt aangebracht en functioneert? Snapt er überhaupt iemand aan opdrachtgeverzijde wel wat er nou precies in die isolatie-specficatie staat..?

    Gedoe
    Het goede voornemen strandt al na de eerste fase. NCTI kent voorbeelden waar opdrachtgevers vertrouwden op de één-op-één vertaling van isolatie-specificatie door de aanbieder in diens offerte. Binnen de toch al kostbare Europese aanbesteding werd daar verder geen aandacht aan besteed. En geen extra geld meer uitgegeven om dit te controleren. Totdat NCTI bij een inspectie moest vaststellen dat de inmiddels ingekochte materialen niet aan de specificatie voldeden. Gevolg een hoop gedoe. De opdrachtgever wil dat de contractor voor eigen rekening de foute materialen terugneemt en alsnog de juiste bestelt. De uitvoerder beroept zich op de handtekening van de opdrachtgever onder het contract dat op basis van een goedgekeurd plan is opgesteld.

    In dit voorbeeld is de schade nog beperkt tot het omwisselen van materiaal. De schade is natuurlijk vele malen groter wanneer fout op fout wordt gestapeld. Wanneer de isolatie al is aangebracht en pas achteraf blijkt dat de oorspronkelijke specificatie niet is gevolgd. Wie draait dan op voor de schade? De opdrachtgever kan wel directe schade op de contractor verhalen, maar zelden de gevolgschade. Dit betekent dat de contractor aansprakelijk is voor de door hem gemaakte fouten en voor eigen rekening foutieve materialen en gemonteerde isolatie zal moeten vervangen. Maar het is vrijwel onmogelijk om de contractor ook te laten betalen aan de kosten die voortkomen uit bijvoorbeeld het langer stilleggen van de installatie dan gepland. Soms is ook de gevolgschade contractueel geregeld. Toch blijkt vaak dat de gevolgschade kan oplopen tot een veelvoud van de directe schade. Eventuele boetes voor te laat opleveren van het werk, dekken zelden de derving aan inkomsten doordat het proces stil ligt. 

    Voorkomen
    Als opdrachtgever wil je graag zekerheid over dat je ook krijgt wat je hebt besteld. Dat wordt lastig als niet alleen de isolatiekennis ontbreekt, maar isolatie-offertes ook nog zijn geïntegreerd in totaalpakketten. Voor de opdrachtgever is één contractor voor een heel project gemakkelijker dan voor elk onderdeel een aparte uitvoerder. Grote contractors nemen graag alles mee in de offerte, van mechanisch, elektrotechniek, instrumentatie, schilderwerk, tot en met isolatie. Hoe onzichtbaarder de details van de uitvoering zijn, des te belangrijker is de check op de spec. NCTI pleit er dan ook voor dat beide contractpartijen isolatiekennis inhuren om te voorkomen dat fouten zich gaan opstapelen. En dan bij voorkeur in alle onderscheidende fases: ontwerp, inkoop, contract, werkvoorbereiding, uitvoering en oplevering. Dan kan in elke fase nog worden ingegrepen om misstappen te voorkomen. 


     



  • Quickscan helpt mee in het nakomen MJA energie-efficiency

  • De quickscan die NCTI samen met Agentschap NL ontwikkelde om relatief snel een overzicht te krijgen van mogelijke energieverliezen in installaties, gaat naar de volgende fase. De scan kan inmiddels een succes worden genoemd. Hij is bij een reeks van bedrijven in verschillende branches uitgevoerd en heeft daar steeds tastbare resultaten opgeleverd. Agentschap NL en NCTI vinden dan ook dat de eerste, ruimgenomen pilot-periode nu is afgerond en het houden van een quickscan niet langer vrijblijvend kan zijn.

    De quickscan sluit aan bij de programma´s voor energiebesparing die bureau Agentschap NL uitvoert als agentschap van het ministerie van Economische Zaken. Branches en bedrijven maakten met EZ ´meerjarenafspraken´ (MJA´s), waarin zij beloven hun energie-efficiency de komende jaren te verbeteren. Dat doen ze onder meer door per eenheid product minder energie te gebruiken en daarmee bij te dragen aan de vermindering van uitstoot van CO2. Hier komt de quickscan in beeld. Aan de hand van een aantal criteria wordt gemeten wat de conditie van de installatie is en op welke plekken diepgravender onderzoek is vereist, bijvoorbeeld omdat warmteverliezen zijn geconstateerd. In de rapportage geeft de scan een indicatie van mogelijke besparingen op energiegebruik.

    Concrete stappen
    Precies om die reden heeft de overheid meebetaald aan de ontwikkeling en introductie van de quickscan. De overheid gaat er dan ook van uit dat bedrijven die vanaf nu hun installaties laten scannen, dit doen omdat ze daarmee uitvoering willen geven aan hun belofte de energie-efficiency te verbeteren. Consequentie is dat de scans niet langer vrijblijvend kunnen plaatsvinden. Van de gescande bedrijven wordt verwacht dat zij op basis van de rapportage concrete stappen zetten om energie- en warmteverliezen tegen te gaan.

    NCTI, dat de quickscans in de praktijk uitvoert, gaat voortaan haar rapportage zo breed mogelijk in het gescande bedrijf presenteren. Bedoeling is dat niet alleen de functionarissen die direct verantwoordelijk zijn voor de installatie de uitkomsten van de scan krijgen, maar dat ook directie en management horen wat de scan heeft opgeleverd en welke vervolgstappen nodig worden geacht.

    Scan promoten
    Voor die vervolgstappen ligt het voor de hand dat het gescande bedrijf de eigen huisleveranciers inschakelt voor isolatieadvies en -uitvoering. Voor de isolatiebedrijven vergroot het verdwijnen van de vrijblijvendheid de kansen op opdrachten als resultaat van de quickscan. Omgekeerd zouden isolatiebedrijven de quickscan bij hun klanten kunnen promoten door ze op de voordelen te wijzen. Met in het achterhoofd dat het verbeteren van de energie-efficiency van de installatie uiteraard ook in het voordeel van de isolateur kan zijn.

     



  • Wie wil het imago van een energieverspiller?


  • “Dat slecht geïsoleerde bedrijven geld weggooien door hun duur opgewekte warmte domweg te laten weglekken, moeten ze zelf weten. En maar proberen uit te leggen aan hun aandeelhouders. Diezelfde bedrijven zouden zich wel achter de oren moeten krabben over het negatieve imago dat ze daarmee neerzetten. Welbeschouwd zijn het pure verspillers van energie. En ze dragen stevige medeverantwoordelijkheid voor het onnodig toevoegen van extra CO2 aan het milieu.” Dit zegt Karel Winkelaar, communicatieadviseur voor de isolatieorganisaties VIB, CINI en NCTI en deskundige op het gebied van imago.
    Winkelaar deed imago-onderzoek in diverse branches, waaronder de isolatiesector. “Het valt mij op dat bedrijven tegengesteld gedrag vertonen. Aan de voorkant afficheren ze zich graag als maatschappelijk, terwijl ze aan de achterkant het tegenovergestelde gedrag vertonen door diezelfde maatschappij te belasten met milieuschade. Een groeiend aantal bedrijven zegt volgens de MVO-principes te werken, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen´. Maar een MVO-bedrijf zou toch op z´n minst moeten vinden dat ze niet een imago als verspiller van energie opgeplakt krijgen.
    Belofte en bewijs
    “Imago”, zo legde Winkelaar al regelmatig aan de isolatiebranche uit, “wordt voor pak weg 80 procent opgebouwd uit gedrag en voor een veel kleiner deel, 20 procent, door communicatie. Dus een bedrijf dat belooft dat het hart heeft voor het milieu, zal dat vooral in daden moeten bewijzen. We leven in een tijd van transparantie, waarin steeds meer mensen en organisaties alles van bedrijven willen weten. Het bedrijf dat zegt wat het doet, maar niet doet wat het zegt, valt zo door de mand. En voor je het weet staat het te boek als onbetrouwbaar én verspillend. Uiteindelijk zie ik dat afnemers en aandeelhouders toenemend bedrijven op hun MVO-gehalte aanspreken.”
    “De recente hoge olieprijs maakte het ondernemers gemakkelijker om keuzes te maken voor besparingen. Energiebesparingen die economisch goed waren voor het bedrijf en ondertussen ook het milieu een handje hielpen. Nu energie weer goedkoop is, ben ik bang dat bedrijven weer terugvallen in het oude gedrag”, vreest Karel Winkelaar. “Daarom adviseer ik ondernemers om - onafhankelijk van de hoogte van de energieprijs - te kiezen voor écht maatschappelijk ondernemen. Dus koersen op duurzaam gedrag en een dito imago. Bij NCTI hebben ze hier een toepasselijke uitdrukking voor: ´Maatschappelijk Verantwoord Energiegebruik´, MVE.”
    Reputatieschade
    Winkelaar vindt dat het verkrijgen van een MVE-imago moet beginnen bij het stoppen van de genoemde verspilling. “Het kan toch niet zo zijn dat alleen al door onvoldoende isolatie van de industriële processen in Nederland een hoeveelheid energie weglekt die gelijk is aan dat wat de kerncentrale in Borssele opwekt! Daar zouden bedrijven zich veel meer bewust van moeten zijn. Misschien dat NCTI deze verspilling nog eens goed in harde cijfers aan ze kan voorrekenen en tegelijkertijd kan laten zien wat de equivalent is in termen van CO2-uitsoot. Publicaties daarover hoeven wat mij betreft niet meteen te leiden tot allerlei overheidsingrijpen. Maar ik hoop wel dat ze prikkelend zijn voor het collectieve verantwoordelijkheidsgevoel en de vrees voor reputatieschade van de industrie.”
    “Blijf vervolgens - ondanks, of misschien ook we dankzij - de lage olieprijs investeren in de rendementsverbetering van energiegebruik”, adviseert Winkelaar. “Zelfs in de VS - de grootste energieverspiller - roept de nieuwe president Obama nu op tot meer energie-efficiency. In Nederland hebben bedrijven op dit vlak al grote stappen gezet in het kader van de Meerjarenafspraken (MJA`s) die EZ via SenterNovem met de branches maakte. De energie-efficiency is met tientallen procenten verbeterd door meer producten te maken met eenzelfde hoeveelheid energie. Maar de totale behoefte aan energie is met de MJA´s niet afgenomen, in tegendeel.”
    Lastig
    “Het lijkt wel of energie weinig tot geen waarde heeft”, leerde Winkelaar in zijn onderzoeken. “Het economische besparingseffect blijkt vaak ondergeschikt aan andere - overigens niet onbelangrijke - prioriteiten, zoals betrouwbaarheid van installaties en de continuïteit van processen. Anders is het wanneer men het gewoon te lastig vindt om berekeningen te maken waaruit weleens naar voren kan komen dat er anders geïsoleerd moet worden. Op dit soort onheilsboodschappen zit het management niet te wachten. Dus blijft alles zoals het was, laat men het geld liggen dat terugvloeit door energiebesparende maatregelen, en accepteert men verspilling.”
    “Begrijp mij niet verkeerd”, wil Karel Winkelaar benadrukken. “Ik ben er niet op uit om dit soort bedrijven ethisch de les te lezen. Ik kijk juist altijd heel zakelijk naar imago als sturingsinstrument voor het management dat streeft naar een goede reputatie bij klanten en aandeelhouders. Maatschappelijk Verantwoord Energiegebruik hoort naar mijn stellige overtuiging in het beleid van ondernemers die zich als maatschappelijk en duurzaam willen profileren. Isolatiebedrijven met hun grote kennis van energiebesparende oplossingen zouden deze ondernemers daarin prima kunnen helpen.”



  • Niet isoleren geen oplossing om corrosie tegen te gaan

  •  
    “Corrosie ontstaat onder isolatie, dus als je niet isoleert dan krijg je ook geen corrosie…” Deze logica van de koude grond dreigt de gedachtegang van installatie-eigenaren in de industrie te bereiken. Er zijn zelfs al enkele installaties waar wordt volstaan met alleen een stukje gaas om het personeel te beschermen, maar waar verder de leidingen en vaten er zonder isolatie er bloot bij liggen. Een nieuwe trend..? Zeer ongewenst en al helemaal ongegrond, waarschuwt CINI.

    Weggooimarkt
    Het is de droom van de planteigenaar, maar de nachtmerrie van de isoleerder: CUI voorkomen door niet te isoleren. “Install and forget” heet het principe van het neerzetten van een installatie waar je verder niet meer naar hoeft om te kijken. Deze trend uit de consumentenmarkt, waar gebruiksartikelen worden weggegooid zodra ze stuk zijn, leidt tot de droom van het “maintenance and inspection free insulation system”. Hier wreekt zich het verdwijnen van de isolatiedeskundigheid bij de planteigenaren die denken dat het niet aanbrengen van isolatie dan onderhoudsvrije systemen oplevert. Maar ook hier zijn dromen bedrog. Onderhouds- en inspectievrije systemen bestaan niet. Een fabeltje, weet CINI uit ervaring.

    Geen CUI-bijwerking
    Juist het huwelijk tussen corrosie en isolatie is de oorspronkelijke basis van het werk van CINI, in de tachtiger jaren opgericht als de ´corrosiecommissie´ door isolatiedeskundigen uit industrie en isolatiebranche. Zij hebben inmiddels bewezen dat angst voor het gegeven dat isoleren automatisch corrosie zou betekenen, ongegrond is. De huidige conserveringsmethodieken zijn dusdanig adequaat dat, indien deze goed aangebracht en onderhouden worden, planteigenaren veel minder  bang hoeven te zijn voor ´bijwerkingen´ in de vorm van CUI.

    In het CINI Handboek, hoofdstuk ´Conservering´ staan álle systemen en methodieken om zodanig te conserveren  dat CUI veel beter onder controle kan blijven. Wie de specificaties volgt van het Handboek voorkomt dat het systeem inwatert of dat er vocht onder de isolatie ontstaat. De CINI-spec geeft ook aan hoe delen van de isolatie afneembaar kunnen worden gemonteerd. Bijvoorbeeld voor het toelaten van inspectie door de eigen medewerkers . Er zijn diverse technische oplossingen om systemen te openen en weer ´weatherproof´ te sluiten, zonder de isolatiewaarde te verminderen en de kans op corrosie te vergroten.

    Energieverspilling
    Los van de corrosieproblematiek veroorzaakt het achterwege laten van isolatie een ongehoorde energieverspilling. Alle opgewekte warmte verdwijnt in het niets; sterker nog de plant zal extra moeten ´stoken´ om het warmteverlies in het systeem te compenseren. Is de energieprijs (nog) te laag en maakt de hoogte van energiekosten te weinig uit voor de exploitatie? Planteigenaren zouden dan toch op z´n minst gevoelig moeten zijn voor de gevolgen van niet-isoleren voor de uitstoot van CO2. Misschien dat de volgende rekensommetjes door NCTI de portemonnee en het maatschappelijke verantwoordelijkheidsgevoel van de planteigenaar prikkelen:
    Een niet optimaal geïsoleerde gemiddelde raffinaderij stoot per jaar zo´n 500 duizend ton CO2 extra uit.
    Stel dat het bedrijf per ton CO2 wordt aangeslagen voor 20 euro dan bedraagt de rekening voor de emissie 10 miljoen euro per jaar. NCTI verwacht echter dat een bedrag van 30 euro per ton CO2 meer in de lijn der verwachting ligt. Dus, tel uit je verlies: 15 miljoen op jaarbasis. Binnen tien jaar kan de aanslag per ton CO2 wel eens oplopen tot pakweg 80 euro. En dan hebben we het nog niet over de energiekosten die kunnen worden bespaard. Volgens NCTI kunnen deze voor diezelfde gemiddelde raffinaderij een besparing van een 150 miljoen euro op jaarbasis opleveren. De planteigenaar mag nu zelf uitrekenen hoe snel de isolatie in termen van energie en CO2-emissie is terug te verdienen.

    Isolatiebewustzijn
    Meerdere redenen voor CINI om nooit te adviseren niet te isoleren. Wel beveelt CINI zowel de planteigenaren als isolatiebedrijven aan om de zekerheid van CUI-preventie waar te maken door sterk in te steken op de duurzame kwaliteit van isolatie. Dat geldt voor de hele keten: te beginnen bij het ontwerp van de installatie, goede conservering van het oppervlak en het ontwerp en de montage van het isolatiesysteem volgens de CINI-specificaties tot en met een degelijke inspectie en een realistisch onderhoudsprogramma. Alle partijen in de keten, inclusief de opdrachtgevende planteigenaar, moeten zich bewust zijn van de voordelen van goede isolatie.

    Eigenlijk moet dat bewustzijn al eerder beginnen in het onderwijs. En moet dat bewustzijn ook meer doordringen bij de overheid. Die geeft uiteindelijk de kaders aan om energiebesparing en uitstootbeperking van CO2 te stimuleren. Samen met alle partijen kunnen we voorkomen dat niet-isoleren ook maar het begin van een trend wordt.

     



  • Stijgende olieprijs veroorzaakt toename CO2-uitstoot

  • Het lijkt een bizarre tegenstelling, maar de gestaag stijgende prijs van ruwe olie werkt er indirect aan mee dat ook de uitstoot van CO2 toeneemt. Dat constateert het kennisinstituut voor technische isolatie, NCTI. Daarom moet bij de discussie over het terugdringen van de CO2-uitstoot niet alleen worden gekeken naar de achterkant bij het gebruik van energie, maar ook naar de voorkant bij de verkrijging van energie.

    De stijgende energieprijzen betekenen voor de isolatiebranche meer kansen bij het terugdringen van energiegebruik - en daarmee de CO2- door het beter isoleren van processen. Daar valt nog een wereld te winnen aan het efficiënter maken van die processen en het integreren van installaties en hun energievoorziening. Maar de resultaten van alle inspanningen om minder CO2 uit te stoten, worden elders op de wereld weer teniet gedaan, vreest NCTI. Voor een deel door het toenemend energiegebruik. Maar vooral door de extra energie die wordt ingezet om energie te exploreren en te exploiteren. En extra energie betekent meer CO2, dat weet iedereen.

    Teerzand
    Een voorbeeld om de zorg van NCTI te illustreren: door de huidige olieprijs loont het weer de moeite om moeilijk bereikbare energiebronnen te exploreren, dan wel kostbare productieprocessen uit de kast te halen. Neem oliewinning uit teerzand. Nu de oliemaatschappijen voor elke barrel olie 100 dollar vangen, wordt het kostbare proces weer economisch interessant om de verwerkbare olie uit het teerzand te onttrekken. Dat deze processen welbeschouwd onverantwoord veel energie vreten, krijgt volgens NCTI te weinig aandacht. Laat staan dat iemand zich druk schijnt te maken om de extra CO2-emmisie die vrij komt door de extra energie om energie te verkrijgen.

    Een dergelijke zorgeloosheid lijkt ook van toepassing op aardgaswinning. Daar maakt het huidige energieprijsniveau alternatieve transportmethoden economisch steeds rendabeler. Aardgas wordt dan meteen na de winning vloeibaar gemaakt en opgeslagen in containers voor transport. Dat betekent wel dat het gas tot 170 graden onder nul moet worden gekoeld. Niet alleen bij de opslag, maar ook tijdens het transport over zee en bij de overslag in de aanlandingshaven. De kosten van continue koeling tot min 170 zullen ongetwijfeld opwegen tegen de opbrengst van de gasverkoop. Maar moeten er niet vraagtekens worden gezet bij de enorme hoeveelheden energie die deze manier van aardgasexploitatie kost. Nog losgezien van het gegeven dat - wanneer het gas weer als gas de pijpleiding richting gebruiker wordt ingeblazen - er nog maar tweederde van het oorspronkelijke volume over is. Een derde deel gaat gewoon verloren tijdens koeling, transport en opslag.

    Gefluisterd
    Ook dichter bij huis dreigt het oppompen van de laatste resten aardgas uit te draaien op de inzet van extra energie. In Slochteren moeten straks zware compressoren grote hoeveelheden lucht onder zware druk de bijna lege gasbel inblazen. Dus bovenop de CO2 die de argeloze aardgasgebruikers produceren, komt nog een extra emissie vanwege de productie-energie. Hetzelfde verwacht NCTI in Schonebeek, waar nog steeds olie in de grond zit. Elke dollar die een barrel ruwe olie meer gaat opleveren, brengt het opnieuw in exploitatie brengen van de Nederlandse - relatief kostbare - olieproductie een stap dichterbij. In Limburg wordt al gefluisterd over het heropenen van de kolenmijnen…

    NCTI heeft wel begrip voor de keuzes die de energieproducenten hierin maken. De alternatieve, duurzame bronnen bieden zeker de komende 25 jaar nog onvoldoende capaciteit om aan de energievraag te voldoen. Zelfs een veelvoud van de huidige molens leveren nog maar een fractie van de behoefte. Zonne-energie vereist nog torenhoge subsidies (de overheid is bereid om 50 eurocent bij te passen bij zelfgemaakte zonne-energie, terwijl de traditioneel geproduceerde energie voor 5 cent uit het stopcontact komt.) Kernfusie is nog ver weg. Kernenergie is politiek niet haalbaar en voor een transportland als Nederland economisch oninteressant. We verdienen immers liever aan de overslag van volumineuze hoeveelheden kolen en olie dan aan het vervoer van dat beetje uranium voor de kerncentrale.


    Bewustzijn
    Toch signaleert NCTI een toenemend bewustzijn waar het gaat om het groeiende CO2 -vraagstuk door extra energie-inzet. Kijk naar wat er nu gebeurt rond biogas. Het duurde even voor de wereld er achter kwam dat grootschalige biogasaanpak aanmerkelijk vervuilender is dan de normale benzineverbranding. Ook is er twijfel over het succes van de super zonnecentrales in onder meer de Sahara, omdat men zich afvraagt of het energieverlies tijdens het transport van de elektriciteit wel verantwoord is.

    Volgens het isolatiekennis-instituut zullen zowel producent als gebruiker meer gaan letten op het rendement van energie. Producenten zullen zich - ook onder druk van de publieke en politieke opinie - steeds vaker afvragen wat het aanmaken van energie kost, hoe schadelijk de productie is voor het milieu en wat er over blijft van de oorspronkelijke hoeveelheid, alvorens de energie op de plaats van de gebruiker is. Gebruikers voelen de stijgende energieprijzen in hun portemonnee en voor beheerders van installaties in de procesindustrie (en ook in de utiliteit) kan dat behoorlijk in de papieren gaan lopen. En als de energieprijs geen rol speelt, dan is het wel de reputatie van de producenten en gebruikers die doorslaggevend wordt. Want welk bedrijf wil vandaag de dag nog het imago hebben van een grootvervuiler met het vermaledijde CO2?

    Energiemanager
    De vraag om aantoonbaar rendement zal de rol van de energiemanager meer inhoud gaan geven, verwacht NCTI. Energiemanagers, die bij steeds meer organisaties op de loonlijst staan, zullen een prominente taak krijgen bij het verlagen van de energierekening en de CO2-emissie. Nu wordt nog weinig verband gelegd tussen de energievoorziening aan de voorkant en de productie aan de achterkant. Laat staan dat verschillende productieprocessen qua energievoorziening aan elkaar zijn gekoppeld. Energiemanagers moeten een groter stempel kunnen drukken op het inrichten van de installatie en het terrein, zodat veel efficiënter met de energie wordt omgegaan. Dat hier isolatieverbetering onmisbaar is, mag duidelijk zijn. Isolatiebedrijven kunnen - om te beginnen - een rol vervullen bij het adviseren over rendementsverbetering en bewustwording over de verspilling.

    Globaal gezien speelt die verspilling van energie om energiebronnen te kunnen exploreren en te exploiteren zich voornamelijk buiten Nederland af. Pikant, omdat wij ons hier - als ondertekenaar van Kyoto - tot op spaarlampniveau druk maken over de CO2-uitstoot. Terwijl elders ter wereld de uitstoot met sprongen omhoog gaat. Eén van de weinige landen die dit goed begrijpt is China. De Chinezen kopen hun energie in het buitenland. Daarmee laten ze het grootste deel van het CO2-probleem bij het productieland liggen. Als een straks aardgasloos Nederland ook geheel op import van energie zal zijn aangewezen, worden we toch weer een beetje de Chinezen van het westen.



  • NCTI-quickscan: Energieverlies omzetten naar besparing

  • Kennisinstituut NCTI is ver gevorderd met de ontwikkeling van een quickscan die eigenaren van installaties snel vertelt wat de conditie van de isolatie is. Aan de hand van de quickscan krijgt de onderneming een indicatie van eventuele energieverliezen door de combinatie van installatie, proces en isolatie. Maar er zijn ook meteen voorstellen tot verbetering en een raming van kosten en opbrengsten. Uitkomsten van de quickscan kunnen aantonen dat verbeteringen aan de isolatie veelal tot substantiële energiebesparingen leiden die in een korte terugverdientijd zijn te realiseren. Daarnaast wordt snel een inzicht gegeven in de mogelijke CO2 reductie. Bij elkaar belangrijke informatie voor het management

    Initiatief voor de ‘NTCI-Isolatiescan’, , komt voort uit vragen uit de markt en wordt ondersteund door SenterNovem. Twijfel aan de conditie van de isolatie tegen de achtergrond van de stijgende energiekosten en groeiende zorgen over milieu effecten, maken deze vraag actueel. Onderzoek in de praktijk wijst uit dat de isolatie vaak in een minder goede staat verkeert. De leeftijd van veel installaties ligt tussen de twintig en dertig jaar. De destijds berekende economische isolatiedikte voldoet bij de huidige olieprijzen niet meer. Bovendien blijkt isolatie vaak beschadigd in de beheers- en onderhoudsfase, waarin relatief weinig aandacht aan de conditie van de isolatie is besteed.

    Onafhankelijk
    Reden om te verwachten dat veel bedrijven in korte tijd behoorlijke besparingen kunnen behalen door hun installaties aan de hand van de quickscan door onafhankelijke experts te laten checken. Het EZ-agentschap voor energie en milieu SenterNovem heeft belangstelling voor de quickscan. De methodiek past bij de Meerjarenafspraken Verbetering Energie-efficiency (MJA) die de overheid met de industrie maakt en bij benchmarks op dit gebied.

    Het resultaat van de isolatiescan moet voor een energiemanager dusdanige informatie bevatten, dat hij het management van het bedrijf tot een investeringsbeslissing kan bewegen.

    Opbouw quick scan
    NCTI bouwt de quick scan op volgens een vijf-traps-programma:

    1. Scope opzetten van de scan
    Allereerst dient de nodige informatie betreffende energiegebruik, energie distributie systemen, temperaturen, energie/operations kosten, isolatiesystemen, inspectie- en onderhoudsfilosofie verzameld te worden. Daarnaast moet inzicht verkregen worden in plant layout, tekeningen (indien beschikbaar) en vastgesteld worden welke energiebron(nen) gebruikt worden. Het succes van de scan hangt van een belangrijk deel af van de beschikbare data. NCTI heeft de ervaring dat dit niet altijd even eenvoudig is als het lijkt. Toch kan een facility- en/of energie manager meestal wel een inzicht geven in de noodzakelijke gegevens. Speciaal ontwikkelde checklists laten de scan ook een echte quickscan worden.

    2. Uitvoering van onsite inspectie
    Er zal een site visit plaatsvinden. Hierbij zullen waarnodig zaken worden opgemeten en gedocumenteerd. Ook hier zullen gestandaardiseerde checklists ingezet worden. Indien gewenst zullen in dit onderdeel geavanceerde inspectiemethoden kunnen worden ingezet zoals infrarood thermografie. Dit geeft, zoals in het vorige Isolatiemagazine beschreven indien juist ingezet en geïnterpreteerd, een snel overzicht voor mogelijk nader onderzoek of verbeteringen.

    3. Calculatie van verliezen
    De observaties uit de sitevisit zullen worden omgezet in een energieverlies. Hierbij wordt een ‘blackbox’-methode ingezet voor reële zekerheid van de uitkomsten. Voor de berekeningen wordt de ISO 12241 (titel) gebruikt.

    4. Rapportage
    Vervolgens wordt een gestandaardiseerd verslag opgesteld van de scan met:
    * Een beschrijving van de algemene status en conditie van de huidige toestand van isolatie in het proces.
    * De energieverliezen die hiermee gepaard gaan gebaseerd op berekening en inschatting. Data van energieverliezen kunnen eventueel aangevuld worden met de gerelateerde CO2-eq uitstoot.
    * Verbetervoorstellen en/of aanpassing gedaan in de vorm aanbevelingen.
    * Eventueel kan de rapportage worden aangevuld met onderhouds- en inspectietips en verdere suggesties of aanbevelingen. Hierbij worden zeker ook aanbevelingen in de corrosie onder isolatie gedaan als ‘trigger’ om beter naar isolatie te kijken en mogelijk extra te investeren. Het is tenslotte een investering die zichzelf zeer snel terugverdient.

    5. Presentatie resultaten en rapport
    De rapportage zal bij de opdrachtgever gepresenteerd worden. Hierbij zullen de resultaten besproken worden en mogelijke aanbevelingen verder worden toegelicht. NCTI kan het vervolgtraject begeleiden om deze resultaten om te zetten in concrete maatregelen.

     


    Van bewustwording naar aandacht: win-win-win

    De filosofie van NCTI achter alle acties voor het beter op de kaart krijgen van de voordelen van goede isolatie zijn gebaseerd op de zogenaamde AAA (triple A)-cyclus. Allereerst benadrukt NCTI het grote belang van isolatie om zodoende het bewustzijn (Awareness) bij betrokken partijen aan te wakkeren en te vergroten. Staat isolatie hoger op de agenda, oftewel is het bewustzijn verhoogd dan zal de waardering (Appreciation) voor het vakgebied en de inzet daarvan in installaties verbeteren. Zijn het bewustzijn en waardering op het goede niveau, dan is de logische volgende stap dat er ook genoeg aandacht (Attention) aan isolatie geschonken gaat worden. NCTI werkt van twee kanten aan deze cyclus. Veel activiteiten en producten van NCTI zijn gericht op het verhogen van het bewustzijn. Hierbij kan gedacht worden aan lezingen, cursussen, managementbriefings en artikelen in vaktijdschriften. Maar NCTI tracht, bijvoorbeeld middels inspecties en audits, ook direct in het aandachtsspectrum te komen.
    De AAA cyclus moet leiden tot een win-win-win situatie. De opdrachtgever is, ondermeer voor continuïteit van productie, er zeer bij gebaat dat zijn isolatie in topconditie verkeerd, de isolatiefirma’s leveren graag een zo goed mogelijk product en met het oog op het maatschappelijk belang van energie- en uitstootbesparing valt een grote stap voorwaarts te maken. De nieuwe NCTI-quickscan legt zowel de vinger op het bewustzijn als op de aandacht en zal dus een belangrijke ‘win-win-win’ bijdrage leveren.

     

                          Van bewustzijn naar aandacht: AAA de NCTI isolatie aanpak

     

     

     



  • Te snel conclusies trekken is valkuil thermische camera

  • Het is letterlijk een ‘hot’ item, de warmtecamera voor thermografische inspectie van isolatie. Maar, waarschuwt NCTI, wie te lichtvaardig met de nieuwe techniek omgaat, kan van een koude kermis thuiskomen. De komst van thermografische inspectie is een positieve ontwikkeling voor zowel opdrachtgevers als isolatiebedrijven. De op het eerste gezicht simpele en snelle techniek vraagt volgens NCTI ruime specialistische kennis en ervaring van de methode en van isolatie om de juiste informatie uit de foto te halen.

    Het klinkt - en is ook - aantrekkelijk: men neme een infraroodcamera, richt deze op een leiding, ondersteuning, appendage of andere te controleren hotspot, klik en klaar is Kees. De isolatie kan gewoon blijven zitten, want de foto toont de uiteenlopende temperaturen ónder de isolatie. In rood, blauw en groen; groen is OK, blauw is koud en rood is (te) warm. Rode vlekken op het thermografisch beeld kan betekenen dat er warmte weglekt. Dat kán het betekenen, want er zijn legio mogelijke oorzaken van de vastgelegde infraroodstraling. Er kan vocht zitten onder isolatie, de isolatie zelf kan nat zijn, er is afstraling van een andere warme plek en zelfs de klimatologische omstandigheden aan de buitenzijde van de isolatie kunnen het thermografisch beeld beïnvloeden: van een verkoelend windje tot en met een beetje zon.

    Bewijsvoering
    Een infrarood foto van een gebouw in de zon kleurt knalrood, al is het hartje winter en is dat gebouw super geïsoleerd. Milieuorganisaties misbruiken dit soort ‘bewijsvoering’ maar al te graag om onwetende media en politici aan hun kant te krijgen. NCTI wil graag voorkomen dat de thermografische inspectie - vóór dat deze goed en wel een kans krijgt - een negatief imago krijgt door verkeerd gebruik en te hoge verwachtingen. Wat is dan wel de waarde van thermografische inspectie en hoe moeten opdrachtgevers en isolatiebranche er mee omgaan? Volgens NCTI gaat het om drie essentiële zaken: de plaats van thermografische metingen in het grotere geheel van inspecties en appraisals, de benodigde deskundigheid om de beelden te interpreteren en het gebruik van een kwalitatief betrouwbare warmtecamera.

    Programmaonderdeel
    De mogelijkheid om thermisch metingen te verrichten, zonder dat bijvoorbeeld isolatieschalen hoeven te worden verwijderd, is een welkome aanvulling op de bestaande methodes. Het op een moderne, alternatieve manier kunnen ontdekken van corrosie, warmtelekken en andere problemen die aandacht vereisen, leidt tot directe besparingen. Installaties hoeven niet te worden stilgelegd voor de inspectie. Werkzaamheden aan isolatie kan gerichter worden ingezet. En het voorkomen van warmteverlies is goed voor beperking van het energiegebruik. Deze vaststelling toont aan dat het inzetten van de thermische camera niet een op zichzelf staande activiteit is. Het maakt onderdeel uit van de diverse programma’s die er zijn om bestaande en nieuwe installaties te inspecteren en te controleren.

    Zo verdient thermische inspectie een vaste plaats in structurele onderhoudsprogramma’s en in planmatige, preventieve check-ups van installaties. Ook past de thermische meting naadloos in de ‘energy appraisals’, het auditprogramma dat op de geïsoleerde locatie een inventarisatie maakt van de besparingsmogelijkheden van energie. De energy appraisal vertelt wat de gemeten warmteverliezen zijn, welke investeringen nodig zijn om deze verliezen te beperken en wat de terugverdientijd is in termen van geld en vermindering van CO2-uitstoot. Senter-Novem, het agentschap van EZ voor energie en milieu, praat met NCTI over een quick-scan voor bedrijven die met de overheid meerjarenafspraken hebben gemaakt voor het verbeteren van hun energie-efficency.
    Het ligt voor de hand dat thermische inspectie met de warmtecamera één van de methodieken in de quick-scan wordt.

    Signaal
    Voor alle programma’s geldt dat de resultaten van thermische meting niet vertellen wát er onder de isolatie aan de hand is, maar slechts een signaal afgeven dát er iets mis kan zijn. Degene die de warme plekken op de foto waarneemt, zal eerst moeten nagaan of de oorzaak wel van binnen zit en niet van buiten komt. Het zal niet voor het eerst zijn dat nodeloos de isolatie wordt verwijderd en dan blijkt dat een andere leiding in de buurt de warmtebron is. Of dat de rode vlekken op de foto komen door weerkaatsing van de zon via een glimmend vat elders in de installatie. De valkuil van thermische meting is dan ook het te snel trekken van conclusies.

    Het op de juiste manier ‘lezen’ van de foto is heel wat moeilijker en neemt veel meer tijd dan de korte sluitertijd van de warmtecamera. Het interpreteren van de resultaten vraagt zoveel kennis en ervaring op de gebieden van thermische meetmethodiek en isolatietechniek, dat dit alleen door goed opgeleide en getrainde specialisten kan. De gecertificeerde opleiding tot inspecteur kent drie niveaus en is een lange weg. Daarin speelt ook ervaring een belangrijke rol. Voor het bereiken van ‘level 2’ zijn bijvoorbeeld 800 bedrijfsuren met camera vereist. NCTI is binnenkort ‘level 1’ gecertificeerd. Ook de isolatiebranche zal op korte termijn gecertificeerde inspecteurs moeten kunnen leveren, om een rol van betekenis in de thermische inspectie te kunnen spelen.

    Betrouwbaar
    Tenslotte de thermische camera zelf. Daarvan moet de kwaliteit boven alle twijfel staan. Voorkomen moet worden dat de resultaten van thermische inspectie discussies opleveren tussen opdrachtgever en onderzoeker, waarbij de betrouwbaarheid van de camera in het geding is. De infraroodtechniek op zich bestaat al tientallen jaren; digitale thermische fotografie is relatief nieuw. Het aantal warmtecamera’s op de markt is overzichtelijk. De investering voor een kwalitatief betrouwbare camera is niet gering, maar is in korte tijd terug te verdienen.

    Markt
    NCTI durft de uitspraak over de snelle terugverdientijd te doen, omdat het kennisinstituut een snelle ontwikkeling van thermische inspectie verwacht. De markt is er aan toe. Het aantal initiatieven groeit, zoals van Hertel Integrated Services (Isolatie Magazine maart 2007). NCTI krijgt steeds meer vragen op het gebied van thermische inspectie. Er zijn concrete vragen voor structurele onderhoudsprogramma’s inclusief thermische inspectie. Andere vragen komen voort uit zorg over stijgende energiekosten. Dat laatste mede naar aanleiding van uitspraken van NCTI dat door inspectie, onderhoud en herstel van isolatie de industrie 1,5 procent op energie kan besparen (is gelijk aan 2 miljoen barrel olie per jaar). Kortom, de thermische camera is binnenkort niet meer weg te denken uit de isolatie-inspectie. Veel korte klikjes met grote gevolgen.

    Met één klik van de warmtecamera lijkt het lek boven water. Is de ondersteuning de boosdoener, of zijn er andere oorzaken van de warmtebron?



  • Oliemaatschappijen vragen NCTI om speciale isolatiecursus

  • Een aantal oliemaatschappijen heeft NCTI opdracht gegeven tot het ontwikkelen en verzorgen van een speciale cursus voor personeel dat te maken heeft met de isolatie van de installaties. De cursus ‘Isolatie in de petrochemie’ moet het inzicht en de kennis van thermische isolatie in de procesindustrie vergroten in alle fases van design en engineering tot en met operation en maintenance. Dat betekent dat de cursus zich richt op personeel dat betrokken is bij zowel het ontwerp van nieuwe of te vernieuwen isolatie, als bij het onderhoud van bestaande installaties.

    Oliemaatschappijen zijn zich steeds meer bewust van de essentiële rol die thermische isolatie speelt in de kwaliteit en continuïteit van de processen in hun installaties. Het betrokken personeel moet voldoende kennis hebben van de rol van isolatie om stilstand door procesonderbrekende storingen en onverwachts onderhoud te voorkomen. Zo blijft het vroegtijdig detecteren van corrosie onder de isolatie een belangrijk aandachtspunt. Bovendien streven de maatschappijen naar levensduurverlenging van hun plants.

    Naast de verschillende onderdelen van de oliesector (raffinage, opslag, distributie en handel) is de cursus ook geschikt voor andere industrietakken zoals bijvoorbeeld chemie, procesindustrie, gas en energie.

    Na de cursus ‘Isolatie in de petrochemie’ hebben de deelnemers de volgende kennis:
    - noodzaak en rendement van thermische isolatie;
    - specificaties en systemen van thermische isolatie in procesindustrie;
    - theoretische achtergronden van thermische isolatiesystemen (warmteverlies, condens, etc);
    - standaardisering en ontwerpspecificaties a.d.h.v. het CINI-Handboek;
    - hanteren van CINI-specificaties als richtlijn voor kwaliteit en onderhoudscontrole;
    - kwaliteitseisen aan het opdrachtuitvoering door isolatiebedrijven;
    - kennis van verschillende isolatiesystemen, materialen en toepassingen;
    - inspectiemethodes en -technieken, om tijdig fouten en defecten op te sporen;
    - herkennen van corrosie onder isolatie in een vroeg stadium;
    - voorbereidingen en werkzaamheden voor onderhoud en vernieuwing, zowel bij een werkende als bij een stilgelegde installatie.

    NCTI geeft de cursus desgewenst op locatie en kan de inhoud toespitsen op de specifieke situatie van de opdrachtgever. De cursus is in het Engels. Het programma wordt afgesloten met een test, waarna de deelnemers een cursuscertificaat ontvangen.



  • Informatie folder NCTI







  • NCTI, het onafhankelijk Nederlands Centrum voor Technische Isolatie,
    heeft de kennis en geeft advies over isolatie in industrie en utiliteit.
    disclaimer